Modelbouw

Modelbouw: modelvliegtuigen

De modelbouwer heeft meestal twee beweegredenen die in zekere zin tegenstrijdig kunnen heten. Aan de ene kant is er het genoegen om op kleine schaal volkomen nauwkeurig en met mathematische precisie de hem omringende wereld te reproduceren. Aan de andere kant het verlangen naar spelen of een behoefte aan competitie.

Modelbouw

De eerste beweegreden is beslist de meest ingewikkelde. Men kan er bij de mens de wil in zien om het door hem gecreëerde omgeving te temmen. In dit opzicht moet men wel verband leggen tussen speelgoed en maquette, hoewel de modelbouwers dit soort vergelijking niet waarderen. Er gaat iets bijzonder geruststellends uit van een model op schaal. De mens heeft plotseling het gevoel dat hij de wereld der voorwerpen domineert. Waar hij dan rustig tegenaan kan kijken of die hij in zijn hand kan houden. Door een soort veralgemeningverschijnsel kan dit verlangen betreffende het domineren van industriële producten zich uitstrekken tot mensen en dingen die hem omringen. Aldus zetten modelbouwers hun spoorwegmaquettes in een op dezelfde schaal geminimaliseerde natuur neer. De techniek kan niet volkomen geïsoleerd worden. Het reproduceren van reële dingen in kleinere afmetingen en verhoudingen, dateert uit de verre oudheid en begon op het gebied van de scheepvaart. Op alle breedtegraden en in alle beschavingen vindt men hier sporen van. Langzamerhand kreeg dit intieme verlangen van de mens ook een wetenschappelijk tintje.

Al in de achttiende eeuw zag men modellen op schaal van boten, die als prototypes voor de bouwers dienden en ze in staat stelden allerlei soorten experimenten uit te voeren. De oorspronkelijk onbeweeglijke reproductie heeft een hoger peil bereikt dankzij de fabricage van minimotortjes en vervolgens de inschakeling van de elektronica en telegeleiding. Naarmate machines, apparaten en vervoermiddelen de technische perfecties gingen uitbaten, volgden hun gereduceerde uitvoeringen dezelfde ontwikkeling. Zo wordt het steeds moeilijker om reële voorwerpen te kopiëren, omdat deze voortdurend ingewikkelder worden. Maar de elektronica heeft ook de modelbouwers een nieuw arbeidsterrein verstrekt.

Tegelijkertijd opende de technische vooruitgang meer perspectieven voor de modelbouw spel, sport, competitie. Tegenwoordig bouwt men sportwagentjes, raceboten of vliegtuigen die snelheden van 300 km/u kunnen bereiken. Voor de vliegtuigmodelbouw worden in onze tijd internationale wedstrijden georganiseerd. Hoewel snelheid hier soms een rol speelt, zijn vooral de handigheid, de kwaliteiten van het vliegtuig en de radiobediende loopings bij dit soort meetings heel belangrijk. Zelfs als de natuurgetrouwheid van het schaalmodel wordt opgeofferd aan de eisen van de sport, blijft men zich toch ook bij deze westrijdmodellen om de reële kant bekommeren. Maar er wordt niet alleen naar die modellen gekeken. Ze komen werkelijk in actie, waardoor er veel meer plezier aan te beleven valt en een nieuwe categorie modelbouwers werd aangetrokken. Net zoals heel wat spoorwegmensen hun vrije tijd besteden aan de vervaardiging van miniatuurtreintjes, ziet men heel vaak piloten of ex-piloten acrobatische toeren maken met hun telegeleide vliegtuigen. Naast dit aspect heeft de modelbouw een niet te verwaarlozen historische achtergrond. Heel vaak is de maquette het veiligste middel om de vroegere techniek natuurgetrouw weer te geven. Stoommachines en schoepwielen wekken evenveel interesse bij de modelbouwers als straalmotoren. Alhoewel de technologie een steeds grotere rol speelt bij de aandrijvingsmethodes en de modellen, de rubbermotor bij de modelbouwer nog altijd zeer in de smaak valt. Dit bewijst duidelijk dat modelbouwen vooral een handenarbeid is. Er is weinig plaatsruimte en gereedschap voor nodig, maar enorm veel geduld, nauwkeurigheid en vindingrijkheid. De modelbouw dekt een zeer breed arbeidsterrein, dat zich van vliegtuigen tot architectuur, van boten tot auto’s en treinen uitstrekt. We beperken ons hier tot de modelbouw van vliegtuigen.

De verschillende soorten modelbouw voor modelvliegtuigen

Men onderscheidt drie types schaalmodellen de tentoonstellingsmaquettes, de vliegende maquettes en de vliegende modellen.

De tentoonstellingsmaquettes
Dit zijn reproducties van echte vliegtuigen, die zo nauwkeurig mogelijk vervaardigd worden. Ze zijn niet bedoeld om ermee te vliegen.




De vliegende maquettes
Ook hier gaat het om reproducties, maar deze zijn vliegwaardig. Het vervaardigen ervan brengt omvangrijke technische problemen mee. De schaalverkleining, het gebruikte materiaal en de gekozen aandrijvingsmethode leggen heel andere regels op dan die voor de reproductie van een echt vliegtuig. Alleen de rondvlucht maakt een heel brede maquettekeuze mogelijk. Vrij vliegende vliegtuigen hebben meestal hoge vleugels.

De vliegende modellen
Hier gaat het niet meer om de getrouwe weergave van een in werkelijkheid bestaand toestel. Ze worden volledig afgestemd op het vliegen en zelfs op bepaalde prestaties. Bij het bouwen moet men rekening houden met functionele criteria, zoals de stabiliteit en de hanteerbaarheid. Alleen secundaire details kunnen het onderwerp uitmaken van een zorgvuldige kopiëring (vorm van het kielvlak of het landingsgestel, kleur, enz.). Bij de vliegende modellen kan men verschillende types onderscheiden, die officieel als volgt gerangschikt worden:

  • De vliegtuigen (verticale druk op het zweef vlak door middel van een vast vlak, motoraandrijving, cel met landingsgestel)
  • De zweefvliegtuigen (zelfde evenwichtsprocedé maar geen motor);
  • De in het rond vliegende zweefvliegtuigen (verticale druk door draaiende oppervlakten);
  • De watervliegtuigen;
  • De modellen met op- en neergaande vleugels.

Dit is slechts een opsomming en geen volledige lijst.

De vleugels

Het klassieke model op schaal kan een ééndekker zijn, ofwel een tweedekker (meestal gaat het hier om een vliegende maquette), of ook een driedekker. De bestaande verbinding tussen het hoofdvlak en het horizontale stabilisatievlak of de staart, maakt het bovendien mogelijk om nog andere modeltypes volgens de vleugelbouw te onderscheiden.

  • De vliegende vleugel, een staartloos model waarvan het stabilisatievlak een eenheid vormt met het hoofdvlak.
  • De eendvorm, waarbij het stabilisatievlak aan het hoofdvlak vooraf gaat;
  • De tandemvorm, waarbij het stabilisatievlak veel belangrijker is dan bij het klassieke model en soms even groot is als het hoofd vlak.

Onder de rondvliegende zweefmodellen moet men ook de helikopter vermelden. De door een motor aangedreven ronddraaiende vleugels zorgen zowel voor evenwicht als aandrijving. Dit noemt men de autogiro, waarvan de aandrijving door een motor geschiedt en het evenwicht door de ronddraaiende vleugels in stand wordt gehouden. Deze wordt zelf aangedreven door de bij de verplaatsing van het toestel opgewervelde wind.

De aandrijving van een modelvliegtuig

Men onderscheidt vier verschillende aandrijvingsmethodes de rubbermotor, de ontploffingsmotor, de elektrische motor en de straalmotor. De modelbouwers houden zich meestal aan een bepaalde volgorde van aandrijvingssystemen. Het model van een beginneling kan een eenvoudig zweefvliegtuig zijn, dat met een sandow, een haspel of lier gelanceerd wordt. Vervolgens probeert men het met rubbermotors voor men zich op het moeilijker terrein van de moderne aandrijvingen gaat wagen.

De rubbermotor
Dit voor de eerste keer rond 1870 toegepaste aandrijvingssysteem is nog altijd in gebruik. Het betreft gewoon een rubberen streng die door kronkeling energie ophoopt en deze vrijmaakt door zich met een bepaalde snelheid af te rollen. Dit is overeenstemming met het vliegtuigtype en de schroef kenmerken. De kracht hangt af van de lengte en de strengsectie. Ook de kwaliteit van het rubber speelt een belangrijke rol.

De ontploffingsmotor
Dit is het enige werkelijk bruikbare mechanische systeem bij de vliegtuigbouw want de aandrijfsystemen met perslucht of koolstofgas zijn heel moeilijk te hanteren. De meestal tweetakt explosiemotor moet een cilinderinhoud hebben die de 10 cm³ niet te boven gaat. De ontsteking kan met bougie, elektrisch ontsteken. In dat geval wordt als brandstof alcohol, benzine of benzol gebruikt. Een ander systeem maakt gebruik van de door een gloeidraad afgegeven warmte (glow-plug ontsteking), waardoor men geen batterij of veel plaats innemende accu nodig heeft. In dit geval wordt er meestal houtgeest als brandstof gebruikt. Tenslotte maakt een speciale brandstofcombinatie van petroleum en zwavel de zelfontsteking mogelijk, waarbij de sterke gasdruk voor een spontane ontbranding zorgt.

De elektrische motor
Deze is in de laatste jaren behoorlijk verbeterd: tegenwoordig vindt men lichte en betrekkelijk zuinige modellen, die door een batterij of accu gevoed worden.

De straalmotor
Deze is zeer in de mode en kan zowel een verbrandings- als een straalaandrijver zijn. De verbrandingsmotor is verreweg het meest gebruikte model. De vaste en niet ontploffende brandstof consumeert zonder vlammen te produceren. De door de verbranding vrijkomende gassen ontsnappen via een straalpijp. Hun straalkracht maakt dat het toestel zich verplaatst. De straalaandrijver is gebaseerd op het principe van de Vl-raketten. De aanzienlijke omvang, de hevige druk en de gevaarlijke manipulering maken dat deze alleen voor bepaalde snelheidskrachtproeven wordt gebruikt. Men kan er spectaculaire prestaties mee bereiken, dat wil zeggen een snelheid tot 300 km/u.

De vliegtechniek

Er worden drie methodes toegepast:

De vrije vlucht
Dit is de oudste manier het model vliegt vrij, zonder ook maar enigszins met de grond verbonden te zijn.

De cirkelvlucht
Deze techniek wordt sinds het einde van de tweede wereldoorlog toegepast. Bij dit systeem wordt het schaalmodel met twee touwen aan een handgreep vastgehouden en draait om de piloot. Dank zij een apparaatje in de romp bedient deze de stuurknuppel. Het vliegtuig kan dus opstijgen, landen of een looping maken. De cirkelvlucht heeft betrekking op gemotoriseerde modellen en maakt het ook mogelijk om vliegende maquettes in beweging te brengen. Sommige modelvliegtuigen zijn speciaal voor snelheids-, andere voor acrobatische prestaties bedoeld.

De telegeleide vlucht
Deze techniek kent veel succes maar vraagt enorm veel handigheid van de piloot. Tegenwoordig vindt men in de handel goedkoop materiaal dat niet veel plaats inneemt. Dit bestaat uit:

  • Een kleine zender met besturingsknoppen en hendels die gevoed wordt door batterijen of een accu;
  • Een ontvanger en servobediening.

Het gebruik van transistors en miniatuurtechniek, hebben ervoor gezorgd dat ze thans veel minder plaats innemen, wat heel belangrijk is voor een goed rendement. Het gewicht van de eigenlijke ontvanger moet onder de150 g liggen. Het eenvoudigste systeem is de monobediening. Hiermee kan men echter niet landen. In dat geval heeft men absoluut een vertragings- of stopknop nodig, teneinde de landing van het schaalmodel te vergemakkelijken. Een meer gevorderd stadium wordt bereikt met de multibediening waarmee men ook het hoogteroer kan regelen en het toestel loopings laten uitvoeren. Dan is er nog de extra verfijning van een remsysteem of wielbediening voor beweging op de grond.

Het constructiemateriaal voor de vliegtuigbouw

Het gereedschap
Het werkelijk onmisbare gereedschap is beperkt. Het belangrijkste onderdeel is een monteerplank, die volstrekt plat moet zijn. Men moet geen al te hard hout kiezen, zodat men er spelden in kan prikken. Een goede plank is 1,20 m lang, 30 cm breed en 20 mm dik. Ook moet men beschikken over een combinatietang, spelden, een heel scherp zakmes, een scheermesje en verschillende soorten schuurpapier. Naast deze basisuitrusting kunnen de volgende gereedschappen nuttig zijn; een puntige platte tang, een tang met rond uiteinde, een bankschroef, een soldeerbout, een boortol, een figuurzaag, heel fijne zaagmesjes en verschillende soorten vijlen en raspen. Tenslotte heeft men tekenmateriaal nodig kalkeerpapier en pakpapier voor het uittekenen van de plannen, potloden, gummetjes, een tekenhaak, een verfspuit, een passer, platte linialen en duimspijkers.

De materialen
Bij de modelbouw is de keuze van de materialen tamelijk vrij. Maar hout speelt wel een hoofdrol bij de eigenlijke constructie.

Het hout voor modelbouw
Het meest gebruikte materiaal is balsa, dat het voordeel biedt zowel bijzonder licht, stevig als makkelijk bewerkbaar te zijn.Populierenhout, lindehout, en dennehout worden eveneens veel toegepast. Bamboe, dat zowel hard als soepel is, kan onder invloed van hitte vervormen. Het wordt vooral gebruikt voor de vervaardiging van de vleugeluiteinden. Beukehout, stevig maar zwaar, wordt vooral toegepast voor de constructie van het motorchassis. Rotan gebruikt men in de vorm van makkelijk te buigen ronde stokjes. Schilhout, dat uit berkenhout, okoume- of populierenhoutplaten bestaat, dient om bepaalde onderdelen die aan grote druk moeten weerstaan te verstevigen.


De vorm van het materiaal
Er zijn verschillende houtvormen voor het bouwen van de verschillende elementen. In blokvorm kan men er in de massa uitgesneden onderdelen mee vervaardigen monoblok rompen, neuzen, enz.. Plankjes dienen vooral voor de vervaardiging van vleugelribben en rompkoppelingen, evenals voor bepaalde vleugels. De zeer variabele dikte wordt in overeenstemming met het te fabriceren onderdeel uitgekozen. Stokjes worden gebruikt voor de vervaardiging van dwarsliggers, staarten, vleugels, rompchassis en motorchassis (als deze van hard hout zijn). In de handel vindt men allerlei soorten stokjes vierkante, rechthoekige, T-vormige (voor rompchassis), L-vormige (voor hoeklangsliggers) enz. Met ronde stokjes kan men simpele modellen vervaardigen.

Metaal
Dit wordt slechts zelden gebruikt voor het fabriceren van geraamten, maar het is wel geschikt voor het bijbehoren. De modelbouwer maakt hier gebruik voor draden, bladen of buizen. Met metaaldraden maakt men verankeringen, landingsgestellen, haken, enz. De hele collectie kan men vinden in gespecialiseerde winkels. Aluminium of blikfolie bieden talrijke toepassingsmogelijkheden inbouw van de motor, scharnieren, klemmetjes. Messing- of aluminiumbuizen worden bij de modelbouw gebruikt om de as van de rubbermotor te leiden.

Bekledingsmaterialen bij modelbouw
Deze moeten vooral luchtdicht zijn en volkomen strak gespannen. De bekleding moet dus met zorg uitgekozen worden, waarbij men meestal liever doorslag- of speciaal papier gebruikt, dan gewoon vloeipapier. Grote, bijzonder goed verzorgde modellen kunnen met natuurzijde bekleed worden.

Lijmen en beschermlagen
De modelbouwer gebruikt houtlijm, bij voorkeur een celluloseproduct dat vlug droogt, behalve voor de bekledingen, die om een speciale celluloselijm of, nog beter, een lijm op kaasstofbasis vragen. Voorts bestaat er een hele serie plastiek of synthetische lijmen, die bij de vliegtuigmodelbouw kunnen worden gebruikt. De beschermlagen dienen zowel om de bekleding te spannen als waterdicht te maken. De meest gebruikte zijn op basis van acetaatcellulose. Het nadeel hiervan is echter dat ze minder vochtbestendig zijn dan de beschermlagen in nitrocellulose.

Verf voor modelbouw
Men kan het beste een celluloseverf kiezen en gebruik maken van een spuit of sproeier, om de beschilderde oppervlakte niet te verzwaren.

Rubber
Onder de bijkomende materialen (linnen garen, looddraad, enz.) waar de modelbouwer behoefte aan heeft, moet men ook rubber vermelden. Deze speelt op dit gebied een belangrijke rol, zowel voor het vastzetten van de vleugels als voor de aandrijving met een rubbermotor. In het laatste geval gebruikt men vooral platte of vierkante draden.

De bouwprincipes

De vier hoofdstadia van de modelconstructie zijn het vervaardigen van de de vleugels, het inbouwen van de motor en de bekleding.

Het bouwen van de romp
De rompvorm van een vliegend model moet aan bepaalde eisen beantwoorden stevigheid, aard van de motor, aerodynamisch uitzicht van de vleugels en staartstuk. Bij de rompbouw onderscheidt men vier hoofdmethodes waarvan er enkele talrijke varianten vertonen:

  • De romp die uit een eenvoudig stokje of verlengd buisje bestaat, waar een rubbermotor in kan worden geplaatst.
  • De platte, iets meer ingewikkelde romp, die bestaat uit een uitgesneden plankje of twee door stangen verenigde langsliggers, die aan de voorkant verstevigd zijn door balsa of schilhout. Deze bouwmethode is geschikt voor het cirkel vliegen.
  • De driedimensionele romp, die men het meest ziet en waarbij de langsliggers geassembleerd worden tot een echt chassis. Al naargelang hij driehoekig of rechthoekig is, moet hij drie of vier hoofdlangsliggers bevatten. Door toevoeging van dunnere dwarslangsliggers kan de modelbouwer de romp een min of meer ronde stroomlijn geven. De frames die loodrecht op de langsliggers binnen de romp worden geplaatst, worden gevormd door verticale stijlen en horizontale dwarsliggers. Deze worden meestal vlak verbonden. Door toevoeging van vlakliggers kan men een polygonale vorm rond het frame modelleren, of deze nu driehoekig, rechthoekig of vierkant is. Koppelingen vervangen vaak de frames aan de voorkant van de romp. Hoewel ze alle denkbare vormen kunnen aannemen, moet de modelbouwer ervoor oppassen om niet direct de bekleding op de koppelsectie te plakken. Deze brengt men best aan op de vlakke of langsliggers die in reliëf hierop aangebracht zijn. Om een cockpit te vervaardigen, moeten de vlakke liggers rond de hele koppeling stevig tegen elkaar aangedrukt worden. Tenslotte maken de modelbouwers ook valse koppelingen door dwarsliggers of frames met plankjes te verbinden. De romp wordt uit een heel stuk balsa gesneden, daarna in tweeën verdeeld, uitgehold en aaneengevoegd. Deze methode wordt vooral gebruikt bij de vervaardiging van zweefvliegtuigen. Blokken hard hout worden ook gebruikt bij de constructie van modellen die voor snelheidsproeven bedoeld zijn, en wel voor de onderkant van de cockpit. De balsaromp kan ook in een speciale vorm gegoten worden.
  • Tenslotte bestaan sommige rompen uit twee balsaflanken en een afgerond bovendeel, dat gevormd wordt door plankjes of dikke stokjes. Dit systeem maakt het model niet alleen nauwkeurig, maar ook licht en snel.

Wat de vervaardiging van structuurrompen met rechthoekige sectie betreft, dienen de volgende principes geëerbiedigd te worden:

  • Begin met op de profieltekening de twee hoofdlangsliggers aan te brengen, die van uitstekende kwaliteit moeten zijn, en houd ze op hun plaats met spelden.
  • Breng vervolgens de stijlen aan en plak ze op de langsliggers. De sectie van deze stijlen moet absoluut volmaakt zijn.
  • Monteer de tweede kant van de romp op de eerste, of op de plaats hiervan.
  • Om de dwarsliggers te lijmen, worden de flanken verticaal door elastiekjes vastgehouden. Vaak heeft men stelwiggen nodig om de montering te beëindigen. Tot slot brengt men de dwarslatten aan. Sommige rompen worden gemonteerd met op de profieltekening geplaatste halve koppelingen, waardoor men twee halve cockpitten kan verkrijgen.

 

De constructie van de vleugels

Hiermee bedoelen we de vleugels en staartonderdelen. Het werk wordt afgesloten met het afronden van de randen. De door de richtpuntlijn gevormde hoek (vleugelas en lengte-as van de romp) heet pijl. Deze is min of meer geaccentueerd en heeft directe invloed op de stabiliteit. De hoek die de vleugels met de horizontale lijn vormen noemt men de ruimtehoekkwadrant. Deze min of meer gemodelleerde, onderbroken of kromme kwadrant speelt een hoofdrol bij de stabilisering, vooral bij het vrije vliegen.

Het vleugelprofiel kan rechtlijnig zijn (plankje of gespannen papier) of krom (papier dat over kromme ringen wordt gespannen). Vaak geeft men de voorkeur aan een dikkere, dubbelholle of platbolle sectie. De dubbelbolle profielen kunnen al of niet symmetrisch zijn.

Het buitenboogvlak van de vleugel (bovenoppervlak) kan bol en het binnenboogvlak hol zijn. Dan heeft men een hol profiel, wat kenners voor heel doelmatig houden. De profieltekening kan worden uitgezocht in handleidingen of uitgetekend worden volgens cijferaanduidingen van tabellen, die de speciale organismen ter beschikking stellen. De meest klassieke vleugelstructuur bevat een langsligger op de aanvalskant (voorgraat) en een andere op de vluchtkant (achtergraat), evenals tussenlangsliggers. Deze elementen moeten heel stevig zijn, vooral die van de aanvalskant, waarvoor vaak populierenhout wordt gebruikt. De plekken die aan de zwaarste druk moeten weerstaan, zijn de ribben van schilhout. Ribben en langsliggers moeten nauwkeurig in de richting van de houtnerven uitgesneden worden.

In sommige gevallen, onder andere voor rondvliegende snelheidstoestellen, worden de vleugels niet gestructureerd, maar direkt uitgesneden uit lindehout of balsaplanken en met schuurpapier gladgewreven. Andere modelvliegtuigen hebben een metalen plaatje dat op een langsligger en twee ribben wordt vastgezet. Als de vleugels vervaardigd zijn, moet men ze voorzichtig vastplakken en de naden verstevigen om de ruimtehoekkwadrant te vormen. Hoewel de vleugels stevig aan de romp moeten vastzitten, dienen ze bij schokken of slechte landing buigzaam genoeg te zijn om het toestel niet te vernietigen. Het eenvoudigste en meteen doelmatigste systeem is een bevestiging met een elastiekje.

En nu komt het laatste element in deze reeks onderdelen. Er moet namelijk tenslotte nog een staart worden geplaatst in het midden van het stabilisatievlak of aan de beide uiteinden. Er zijn twee manieren om dit element te vervaardigen men kan het vooreerst afzonderlijk bouwen of het kan ook nog uit een plankje worden gesneden.

Motoren en schroeven

De rubbermotor
De streng moet achter aan de romp worden bevestigd en van voren vastgehouden worden door een staaldraadhaak die in de neus van het toestel draait en de schroef aandrijft. Het uiteinde van de haak is de schroefas en draait in een horizontaal metalen buisje.
Het is een hele nauwkeurige bewerking om de elastiekstreng te vormen. Men dient er zorg voor te dragen het elastiek om twee spijkers te winden. Dan dient men de uiteinden vast te knopen. Als dit werkje niet met nauwgezetheid zou worden uitgevoerd, bestaat de kans dat er heel wat warboel zou kunnen ontstaan. Men lette er op dat de streng altijd volkomen schoon dient te blijven en niet aan het licht wordt blootgesteld. Men moet nog een bijzondere voorzorg treffen vooraleer zij wordt opgewonden. Het verdient namelijk sterk aanbeveling om hem met een speciale vloeistof in te smeren. In vliegen is noodzakelijk er dient op gewezen dat de rubbermotor als hij nieuw is niet voor honderd procent mag worden opgewonden. Nu doen wij even de techniek van het opwinden uit de doeken. Dit geschiedt met gespannen streng. In dit geval wordt er een zekere spanning uitgeoefend op de neus van het toestel om de lengte van de streng te verdriedubbelen of te vierdubbelen. Het is onontbeerlijk dat in dit geval een helper het toestel vasthoudt. Het spreekt vanzelf dat deze operatie veel zorgvuldigheid en handigheid vergt. Deze bewerking kan nochtans veel versneld worden. Hiertoe dient men gebruik te maken van een boortol die de haak doet bewegen.

De mechanische motoren
De motor wordt op het chassis vastgezet met zijlippen, die meestal aan het carter bevestigd zijn. Het carter kan ook aangebracht worden door radiale fixering. De langsliggers die de motor steunen moeten van hard hout zijn. De koppeling waarop hij rust wordt van schilhout gemaakt en zorgvuldig op het geraamte vastgelijmd. Tenslotte kan het mechanische deel overkapt worden met balsa, metaal of plastiek.

De schroeven
Deze kunnen van balsa of plastiek zijn, maar voor ontploffingsmotoren moet men een schroef van hard hout gebruiken. De keuze van de schroef soort houdt verband met de motor en de bouw van het model.

Bekledingen, beschermlagen en verfsoorten

Deze bewerkingen hangen niet alleen met esthetische beweegredenen samen. Ze dragen ruim bij tot de soliditeit van het model en spelen een zeer belangrijke rol bij het aerodynamische gedrag hiervan.

De bekleding, waarvan alle onderdelen in dezelfde richting worden uitgesneden, moet voor het gebruik zorgvuldig gepolijst worden en dan op alle modelonderdelen vastgelijmd (koppelingen, frames, langsliggers, dwarsliggers, enz.). Het verdient aanbeveling om het werk in kleine secties te verrichten en de zijde of het papier goed te spannen. Voor het vastplakken gebruikt men een speciale lijm of een lichte lijm op basis van kaasstof. Als die droog is, moet er water over de bekleding worden verstoven en voor een goede spanning moet deze dan een tweede keer gedroogd worden. Als beschermlaag gebruikt men een product metcelluloseacetaat, als de atmosfeer droog en gematigd is. Een tweede laag mag pas aangebracht worden als de eerste goed droog is.

Cellulose verf wordt aangebracht met de verfspuit, om het model niet te verzwaren. De beste methode bestaat uit het aanbrengen van verschillende tamelijk dunne lagen, die om de beurt gepolijst worden. Als de motor van het schaalmodel met methanol functioneert, moet men een speciale lakbeschermingslaag aanbrengen. Voor men een proefvlucht maakt, moet elk vliegend model in de werkplaats zorgvuldig gecontroleerd en dan eerst met de hand op het terrein gelanceerd worden, om te kijken of het een goed evenwicht heeft.

Powered By Gold Price History | Executive Jet Charter Services | Buy Gold Coins